Getuigen als levenshouding

Barak 2b

De oorlog heeft mij de afgelopen maanden behoorlijk bezig gehouden. Niet alleen de oorlog in Oekraïne, maar ook de oorlogen in het verleden waar mijn familie in Nederlands-Indië en mijn landgenoten in Nederland mee te maken hebben gehad. Ook oorlogen in zijn algemeenheid, als fenomeen. Maar de ene komt wel dichterbij dan de andere, raakt meer, brengt meer in me naar boven. Ik heb nooit veel interesse gehad in geschiedenis, maar doe alsnog mijn huiswerk. Het is per slot van rekening nooit te laat om te leren.

Waar heb ik me afgelopen maanden allemaal in verdiept? Vorig jaar ben ik begonnen aan het boek Revolusi van David van Reybrouck waarin hij de Indonesische strijd voor vrijheid vanuit een zo’n breed mogelijk perspectief belicht. Verder heb ik over dit onderwerp podcasts geluisterd, ben ik naar lezingen gegaan en heb ik de tentoonstelling Revolusi! in het Rijks bezocht. Nadat Rusland Oekraïne binnen viel had ik in één klap heel ander huiswerk: Wat gebeurde er in Europa en hoe was het allemaal zo plotseling zo ver gekomen; en meer nog waar moest het naar toe?

Een week later zaten we met zijn allen in de sesshin in Vught met Nico Roshi. Bij het openings rondje bleek dat vrijwel iedereen aangeslagen en bezorgd was over de toestand in Oekraïne. Het was dankzij de wijze raadgevingen van onze meester (‘niemand boycotten’, ‘als je vrede wilt moet je vrede zijn’) en zijn olijke assistent dat er naast al deze angst en bezorgdheid ook nog plaats was voor vreugde.

Meer dan in voorgaande jaren was ik me er pijnlijk van bewust dat zich op enkele kilometers afstand van ons luxueuze kloosterhotel Kamp Vugt bevond. De bijbehorende barak 2b is de laatste barak die nog in oorspronkelijke staat bewaard is gebleven. In dergelijke barakken werden in de loop der jaren tienduizenden mensen onvrijwillig opgesloten of opgevangen: Joodse kampgevangenen, Duitse evacués, Nederlandse collaborateurs en oorlogsmisdadigers. Na de dekolonisatie-oorlog fungeerden diezelfde barakken als onderkomen voor een paar duizend Molukse KNIL-militairen en hun gezinnen.

In de tentoonstelling Als muren konden spreken worden verhalen verteld over de bewoners van de barakken van kamp Vught. Ik luister naar het verhaal van een studente wiens oma tijdens de Tweede Wereld Oorlog in Kamp Vught zat. Ze vertelt dat het zusje van haar oma op kindertransport werd gezet en nooit meer is teruggekeerd. Ieder jaar gaat zij met haar familie naar Kamp Vught om haar te herdenken. Een andere vrouw vertelt over haar grootvader die geëxecuteerd is in kamp Vught omdat hij zijn land had verraden. Ze vertelt dat ze zich daar altijd, tegen wil en dank, medeschuldig over heeft gevoeld en dat ze daarom lange tijd haar emoties op afstand heeft gehouden. Weer een andere vrouw vertelt dat ze in barak 25 is geboren, in het huis van haar opa en oma die daar in ’51 als KNIL-gezin waren opgevangen. Bij het schrijven van haar afstudeerscriptie duikt ze de Molukse geschiedenis in. Haar opa lijdt na zeventig jaar nog altijd aan heimwee en schildert daarom steeds Molukse stranden met de azuur blauwe zee en palmbomen...

Door hun verhalen te lezen ben ook ik in de geschiedenis gedoken, heb me erdoor laten raken, en laten overspoelen. In zijn boek Bearing Witness beschrijft Bearnie Glassman1 zijn retraites in Auschwitz waarin hij met zijn studenten getuigt van wat zich daar allemaal heeft afgespeeld. Het getuigen wat hij beschrijft is een levenshouding waarin je alles wat zich voordoet onbevooroordeeld tot je door laat dringen en er één mee wordt. Zonder er je eigen ideeën op los te laten, zonder er je eigen invulling aan te geven, zonder er een theorie over te bedenken. Daarbij is het cruciaal dat je niets of niemand uitsluit. Dat je getuigt van elk aspect van de situatie die ontstaat. Bernie:

“Ieder wezen, ieder persoon, ieder fenomeen is slechts een ander aspect van wie we zijn. Een klein meisje, een moeder, een moordenaar en een politieagent zijn allemaal aspecten van wie we zijn. Net als de nachtegaal, de havik die de nachtegaal dood, en de jager die de havik dood. We zijn de slachtoffers en de daders en de mensen die werkeloos toezien. We zijn de gevoelens en gedachten van al deze mensen, die niets anders zijn dan aspecten van onszelf. We worden er niet door aangetrokken of afgestoten, omdat we hen zijn.”

Al getuigend huisvesten we net als barak 2b slachtoffers, daders en vluchtelingen; om het even wat ze gedaan hebben, ongeacht leeftijd, geslacht, huidskleur, herkomst, genderidentiteit etc. Barak 2b is de herberg van Rumi, de hut met het dak van gras. Het is mijn beoefening waarin ik zit als een herberg waarin alles en iedereen welkom is.

  • 1Bernie Glasmann, 1998, Bearing Witness.