Dharmales naar aanleiding van de kwestie Rients Ritskes

28 mei 2013

Dharmales – op verzoek van een student – naar aanleiding van de kwestie Rients Ritskes, in de zendo op 14 mei 2013. Door Niko sensei.

1. Ik heb/wil geen bemoeienis met andere sanghas. De sanghas in Nederland zijn onafhankelijk van elkaar werkzaam. Ik aanvaard a priori elke leraar en elke gemeenschap die zich zegt te baseren op de Boeddha-Dharma. Ik onthoud mij van kritiek, al wil ik zoveel mogelijk bereid zijn naar kritische stemmen jegens mij en onze sangha te luisteren. Ik heb met enkele leraren een vriendschappelijke relatie. Wij zijn geïnteresseerd in het werk van elkaar en wisselen graag ervaringen uit. Er zijn daarnaast sanghas waarvan ik geen idee heb hoe zij functioneren. En ik hoef dat ook niet te weten.

2. Van de kwestie Rients Ritskes heb ik vernomen in het Boeddhistisch Dagblad. Verder vind ik dit een zaak tussen Rients en zijn leraar en tussen Rients en zijn leerlingen.

3. In zake ‘autorisatie’ dient een leraar duidelijk te zijn. Niet alleen omwille van papieren documenten, maar vooral om wat je zelf als training hebt doorgemaakt. Als leraar onderricht je op basis van de tijd die je zelf als leerling hebt doorgebracht.

4. De zentraditie kent de mogelijkheid van formele transmissie. Dit is een esoterische aangelegenheid. Het speelt zich uitsluitend af tussen leraar en leerling. Officieel is daar niemand getuige van. De documenten worden geacht niet in het openbaar getoond te worden. Ze zijn uitdrukking van het vertrouwen van deze leraar in deze leerling, zodanig dat de leerling op eigen gezag en onder eigen verantwoordelijkheid de traditie voort kan zetten. Ze zijn niet bedoeld om mee te zwaaien als bewijs van kennis, inzicht of verlichting. De Dharma is niet een kwestie van bewijsvoering, noch van argumentatie. Zelfs wanneer ik deze papieren heb, begint het leraarschap pas te leven als er iemand komt die vraagt om onderricht. Niet eerder. Ik kan zelf niemand vragen om mijn leerling te worden. Daartoe ontbreekt elke uiterlijke grond. En de innerlijke grond wordt meestal pas herkend als het vertrouwen tussen beiden enigszins gegroeid is. Een leerling kan een leraar kiezen. Een leraar wacht af wie komt.En komt er niemand dan heeft de leraar pech gehad.

5. De Dharma is ongeschonden en vrij. Aldus is de Dharma tot mij gekomen. De Dharma is niet afhankelijk van het gedrag van mijn leraar. En dat kan bij onethisch gedrag tot pijnlijke situaties leiden. De Dharma, die ik onderricht, is niet afhankelijk van mijn gedrag, al wil ik mij wel fatsoenlijk gedragen: ik sta niet boven de wet en ik heb jukai ontvangen; daar ben ik op aanspreekbaar. De Dharma is ook niet afhankelijk van wat anderen beweren, Godzijdank. Bevrijding, wat de Boeddha in het zicht stelde met de Dharma – zou in al die gevallen niet mogelijk zijn.

Omdat de Dharma vrij is kan iedereen zich op de Dharma beroepen en een lineage beginnen. Al zullen de traditionele scholen hier weinig waardering voor hebben.

6. De leraar zit in het hart en de ogen van de leerling. Daarom ben ik verantwoordelijk voor mijn training onder Genpo Roshi. Ik heb hem gekozen als mijn leraar. En daarmee draag ik ook de last van zeer onaangename situaties die rond mijn leraar ontstaan zijn. Maar hij is wel mijn leraar. Hij heeft mij de Dharma onderwezen. Ik kan mij voorstellen dat leerlingen van Rients zich nu afvragen: zijn ze bij hem omdat hij een autorisatie zegt te hebben of omdat zij iets in hem zien? Ik heb begrepen dat er velen zijn die veel van Rients geleerd hebben en nog steeds leren. Uiteraard kan men een voorkeur hebben voor een geautoriseerde leraar en met deze verwachting naar Rients zijn gegaan. Telkens als zich iets voordoet waardoor ik mij als leerling teleurgesteld voel of omdat de leraar niet voldoet aan mijn verwachtingen, dan is dit een goede gelegenheid voor onderzoek: wat zoek ik bij deze leraar of wat heb ik nog te zoeken?

7. Er is geen ‘Nederlands’ Boeddhisme. Er zijn vele vormen van Dharma beoefening.Er is geen ‘kerkenraad’ die beslist over leerstelligheid en er is geen inquisitie aangesteld ter bestrijding van ketterijen. De BUN is er vanwege de overheid die met één instantie wil overleggen in omroepzaken en pastorale aangelegenheden. De BUN heeft daarmee wel een probleem: hoe sanghas die zich melden te beoordelen op boeddhistische grondslag? Onder andere hiervoor heeft de BUN een adviesraad van leraren in het leven geroepen. Die dus met hetzelfde probleem zit…

8. Wat de discussie op internet betreft: ik meng me hier niet in. Dit is een persoonlijke keuze. Het staat een ieder vrij te zeggen wat hij/zij wil. Wel denk ik dat het advies van de Boeddha: vriendelijk taalgebruik en de wens een heilzame bijdrage te leveren een wijze raadgeving is.

Niko