Nico Bedankt

29 mei 2016

Om te beginnen bedankt voor je mooie en hartelijke woorden in de laatste Nieuwsbrief. Ze tekenen jou en onze relatie: altijd ruimte gevend, altijd vertrouwen gevend, de belichaming van Big Mind en Big Heart.
Ik verlaat de zendo met een gevoel van grote dankbaarheid. Ik ben blij met en trots op de traditie waarin ik transmissie heb gekregen, de traditie van Maezumi Roshi, Genpo Roshi en Niko Sojun Osho, geen volmaakte heiligen maar wel grote leraren die met niet aflatende vasthoudendheid gewezen hebben op de essentie van de zentraining: dat wat ik het liefst Groot Bewustzijn noem, Genpo Roshi noemt het Big Mind en jij, Nico, hebt een voorkeur voor ‘de Geest’.
Ik vertrek omdat het tijd is om te gaan. Een beetje ongelukkig gekozen moment, dat geef ik toe. Maar misschien is het tijdstip wel altijd ongelukkig want ‘partir c’est mourir un peu’, dat geldt altijd en zeker voor ons. Ik ben al 35 jaar jouw leerling en als een man van 35 nog bij zijn ouders woont dan willen we daar nog wel eens onze wenkbrauwen bij optrekken. Het is tijd om dit nest te verlaten en uit te vliegen. Ik ga beginnen in De Roos en hoe het verder gaat dat zal de tijd wel uitwijzen. Ik las in een interview met Theu Boermans: ‘Ik maak geen toekomstplannen, maar waar ik mijn stappen zet daar wordt het grond.’ Wat een vertrouwen. En als er iets is wat ik van jou heb meegekregen, Nico, dan is het vertrouwen.
Je haalt dierbare herinneringen op in je verhaal. De maand in ‘Northern Pines’ in Maine was wel een hoogtepunt. Ik deed er Jukai. Het was in ‘the middle of nowhere’ en de sneeuw  lag onwaarschijnlijk hoog op de takken van de bomen gestapeld, zoals ik het alleen nog maar op plaatjes in de Donald Duck had gezien maar nog nooit in de werkelijkheid. Die takken braken dus ook regelmatig af en vielen dan op de elektriciteitsdraden die allemaal bovengronds waren. Gevolg: geen stroom. In het Centrum waar wij verbleven was alles afhankelijk van elektriciteit: niet alleen het licht, maar ook de verwarming en het kooktoestel en zelfs de watervoorziening. Douchen was niet mogelijk en om te koken moesten er eerst grote pannen met sneeuw gesmolten worden op inderhaast aangesleepte gas- of petroleumbranders. Jij vond het allemaal prachtig en liep gniffelend rond: “Dit is pas echt zentraining, ik hoop dat het nog een paar dagen duurt.”
En natuurlijk de sesshins met Hogen Daido in de Kosmos. Er was een jaar dat jij in de week dat hij kwam elders moest zijn; en je vroeg mij om de honneurs waar te nemen en voor hem te zorgen, hoewel ik nog maar jong was in de zentraining. Later, in 1993, vroeg je mij om de introductiecursus te geven. Ik kreeg al die verantwoordelijkheden zonder twijfel of controle. Je gaf ruimte en vertrouwen. Altijd. Je vertrouwde mij meer dan ik mezelf vertrouwde. Achteraf kan ik misschien zeggen: het was geen klein vertrouwen in mij als persoon, maar Groot Vertrouwen in ‘de Geest’ die in mij en in een ieder werkzaam is. Bedankt voor dat Groot Vertrouwen.

Meindert